Vlag Fort Everdingen Titel Fort Everdingen
Prentbriefkaart
Prentbriefkaart

Bezetting manschappen 1880

infanterie: 5 officieren en 260 manschappen
artillerie: 4 officieren en 97 manschappen
genie: 1 officier en 2 manschappen
Totaal 10 officieren en 359 manschappen, 'benevens een plaatselijk adjudant, een officier van gezondheid, 2 hospitaalsoldaten en 2 waschvrouwen'.

Bewapening 1880 en 1907

De artilleriebewapening bestaat volgens de armeringsstaat uit 4 kanons van 15 cm L,, 6 kanons van 12 cm K.A., 12 houwitsers 15 cm, 2 mortieren 29 cm, 4 mortieren 20 cm en 6 coehoormortieren.

Beplantingen 1880

In de binnenruimte van het fort staan 121 iepen. Op de taluds van de gronddekkingen van twee gebouwen, op die van enkele traversen en op het plongée van de infanterie borstweringen staan hagen van Virginische kers, 220 m lang. Op het buitentalud van de borstwering staat een strook wilgenhakhout, 535 m lang. Op de berm een doornen haag, lang 1210 m; een rij hakhout, lang 845 m, 24 knotwilgen en 180 schietwilgen. Buiten de gracht van het fort staan 183 schietwilgen, 108 populieren, 84 iepenbomen, 681 m wilgenhakhout en 1200m2 wilgenhakhout (bij het rietgat aan de Zuidwest zijde). In de tuin van de fortwachter staan enkele vruchtbomen en struiken

Beknopte bouwgeschiedenis

1842-1845 sloop boerderij(en), omlegging Lekdijk, aanleg aardwerken wallen met bastions (gebastioneerd tracé) o.l.v. 1ste luit.ing. Niland Bannier en 2de luit.ing. Klijnsma.
1845-1847 bouw van de ronde bakstenen bomvrije toren met gracht en ophaalbrug; o.l.v. 1ste luit.ing. Niland. Bannier en luit.ing. Van Assendelft de Coningh. Uitvoering aannemer De Jong uit Gorinchem. Steenlegging begane grond in 1846 door A.H. Muschart. De toren is 19 m hoog, gefundeerd op 1356 palen van o.a. 18 m lang. De muren op de begane grond aan de oostzijde zijn 3,21 m dik, op de eerste verdieping 2,90 m en aan de westzijde 1,76 m. De doorsnede van de toren is ca. 40 meter.
1861 dak boven de centrale lucht- en lichtkoker van de toren.
1874 verbeteringen aan het fort: contrescarp galerij o.l.v. kapt.ing. Van Canter Cremer en 1ste luit. Ing. Van Schermbeek.
1875 aansluiting met Lekdijk oostzijde vervangen door een stenen sluisbeer; een voor het fort gelegen wapenplaats werd geslecht; o.l.v. 1ste luit.ing. Van Schermbeek en 2de luit.ing. Koolemans Beijnen.
1877 twee bomvrije gebouwen (remises en schuilplaatsen), gefundeerd op 318 palen van 11 meter. Een blindeerbare wachterswoning (muren 0,78 cm dik) en twee artillerieloodsen; o.l.v. kapt.ing. Van Schermbeek en 1ste luit.ing. Nieszen en later 2de luit.ing. Mijsberg
1880-1881 voltooiing verbetering ‘der Stelling van Everdingen’, o.a. wijzing van de plongées en emplacement en maken van de borstweringsmuren; o.l.v. 2de luit.ing. Mijsberg.
1881 en 1882, , o.a. loods geniemateriaal, palisadenkap, houten beschotten, britsen in toren en contrescarpgalerij.
1883 verbetering ventilatie en waterdichtheid gebouwen.
1884 ijzeren afrastering in de keel van het fort.
1887 ophogen van de omgelegde Diefdijk.
1890 verbeteren verlichting van de lokalen in de toren.
1898 gebouw B2: verzwaren steunvleugelmuur bovenverdieping, verlengen bekledingsmuur, verhogen en verzwaren van de gronddekking.
1899 verbeteren afrastering tussen toren en contrescarpgalerij; afbreken van de ophaalbrug over torengracht en dempen gedeelte torengracht.
1905-1906 verbeteren drinkwatervoorziening: aanbrengen welpijp (diepte 16,50 m) en pompinrichting in de toren, wijziging regenbakken en afleiding via druipkokers naar de fortgracht.
1907 wijzigen houten bekledingen; maken van munitienissen; enige wijzigingen in het aardwerk.
1914/’18 infanteriestelling oostelijk in de uiterwaard voor het fort, met loopgraven in ophoging en betonnen groepsschuilplaatsen type 1918/II.
1940 zes betonnen groepsschuilplaatsen type ‘P’.